De Wodong

Er zijn meerdere versies over het ontstaan van ons universum. Als bij toeval ontstond binnen dit universum de Wodong, een eigenzinnige interpretatie van het ontstaan van ditzelfde universum. De Wodong is een typisch voorbeeld van een serendipiteit, een onvoorspelbaar proces dat leidt van chaos tot orde, in dit geval dus een slang die zijn eigen staart opeet.

Tijdens de buitenexpositie Octomber 2 in 2009 the Nuth stonden diverse stalen gongen opgesteld. Ze waren gedeeltelijk een overblijfsel van het muziektheater Heraclash dat Stichting "de Weeffout" produceerde in 2005, aangevuld met het muzieksculptuur "De Dissonant", een kunstwerk uit 2002 van Willem Fermont.

Guido Ancion, Paulien Dieteren en ik experimenteerden met geluid en bouwden een vuurorgel. Paulien had dit fascinerende instrument in werking gezien. Het eerste resultaat - na talloze experimenten met koperdraad, buizen, diverse buisdiameters en lengten - werd aan de collectie toegevoegd. Buurman Meels was zo vriendelijk om ons te helpen met het vervoer per tractor van de loodzware instrumenten. Het geheel vormde een oogstrelende installatie tegen de kaarsrechte horizon van het Centraal Plateau in het Limburgse Heuvelland. Hier, in een zonovergoten Limburg werd het verhaal van de Wodong geboren.

.

Opstelling instrumenten tijdens Octomber 2. Vlnr Vuurorgel, de Dissonant, twee Heraclash gongen

Dit vuurorgel was tevens het begin van een lascursus voor Arno en Paulien, die echter na één les begrepen dat ze van mij niets meer konden leren. Ze moesten zelfstandig door. Terzijde, de producten van hun eerste laslessen werden samengevoegd en belandden in de buurt van Amsterdam, maar dit terzijde.

De Stier ( coproductie Guido Ancion, Paulien Dieteren, Willem Fermont, 2009-2011)

We besloten - het was eigenlijk geen besluit maar een spontane actie - alhoewel diverse experimenten aantoonden dat de vuurorgelmaterie complexer was dan voorzien, een muziekperformance op te voeren. Zonder verhaal allereerst. Onwennig ook.. De Wodong werd langzaam werkelijkheid (klik hier lage resolutie video of  hoge resolutie video) We werden overdonderd door de reacties. We wilden verder met het idee.

De allereerste Wodong, toen nog naamloos.

Na Octomber in october 2010 volgden optredens tijdens de Openpoortendag in Buggenum (2011), en "De Droomreizigers" in Brunssum (2011).

Het arsenaal werd geleidelijk uitgebreid. Er ontstonden drums in allerlei vormen en maten.

Drum. Resultaat van 3 lessen lascursus

De eerste versies van de Wodong zijn verloren gegaan. Het verhaal van de Wodong gaat over de schepping, de twijfel, het lot. De onafwendbaarheid der dingen.

De Wodong
In het begin ontstond licht en duisternis uit de chaos. Fa-õn, de oergod van het licht, heerste over de zon, het hellevuur, donder en bliksem. Fa-õn speelde met vuur als mensen met elkaar. Op een dag smeedde hij een bolbliksem en wierp hem vanuit de krochten van de aarde door een vulkaantrechter omhoog naar de hemel, waar hij met een wijde boog langs trok.

De bolbliksem verlaat de vulkaantrechter

Zo ontstond de dag. Zijn vrouw Fa-na, de oergodin van de verbondenheid, keek bewonderend toe hoe de bolbliksem uit de vulkaan barstte en de kosmos in felle gloed zette. Goden weten hoe ze godinnen kunnen behagen. Maar oh! Wat gebeurde er op zekere dag? De vurige bolbliksem viel terug in de schoot van Moeder Aarde, die opzwol, en vervolgens Fa-õn in twee ongelijke stukken kliefde, die kronkelend neerstortten.

Maar goden zijn onsterfelijk. Uit Fa-õn ontstond een tweelinggod. De kleine was de god van het vuur El-õn, de grote de god van de donder Mo-õn. Fa-na had het toneel met afgrijzen gadegeslagen. Haar geliefde was in stukken gekliefd en ze wist niet wie van de twee nieuwe goden haar echtgenoot was. De demonen namen bezit van haar hoofd. Met zachte stem donderde Mo-õn dat Fa-na zijn eega was en hem toebehoorde. Mo-õn trok haar naar zich toe. Maar toen ontstak zijn tweelingbroer El-õn in woede en eiste Fa-na op. Hij ontstak zijn vuurorgel en nagelde tegelijkertijd Mo-õn met een reusachtige spijker in één gebaar vast aan de grond. Vertwijfeld slingerde Fa-na van de een naar de ander en terug. Als ze Fa-õn naderde was ze in de ban van zijn vurig spel. Zodra ze echter Mo-õn naderde werd ze bekoord door zijn indrukwekkende gestalte. Hij stond daar, geworteld als een machtige eik. Woedend liet hij de lucht donderen vanwege de streek die zijn tweelingbroer hem had geleverd. Verscheurd door tegenstrijdige gevoelens zwalkte Fa-na heen en weer, weerloos in het spel der oerkrachten. Zo liet de tijd haar langzaam wegkwijnen tot ze slechts een schim was. Ze verliet ten slotte het ondermaanse. Wat restte was de omfloerste echo van de vergankelijkheid, de oermoeder van de nimmer tanende twijfel. Ver weg, heel zacht. Ver weg, héél, héél zacht.

 

Losser 2011

Uiteindelijk belandden we via de nomadische expositie "Droomreizigers", georganiseerd door Erik Slok en Ellen van Putten, twee weekends in Losser in de monumentale steenfabriek "de Werklust", waar op dat moment Kunst werd uitgevonden. Ik voelde direct een diepe, nostalgische band.

Intermezzo

Als kind had ik in verschillende steen- en pannenfabrieken in Midden-Limburg gewerkt, Maasbracht, Swalmen, Reuver, Helden-Panningen, en nog wel ergens. Dat was niet zo vreemd. Er werd al sinds mensenheugenis klei gewonnen uit voormalige rivierafzettingen in het Middenlimburgse stroomgebied van de Maas. Een oom van mij werkte op een baggerschuit in de omgeving van Venlo. Soms groeven ze fossielen op. Bij hem thuis hingen fossiele hertengeweien met rode knipperlampjes in de holle oogkassen aan de wand . Op een dag kreeg ik een kolossale, oranjebruine mammoetkies cadeau omdat ik toch al alles verzamelde. Die Mammoet had ruim honderdduizend jaar geleden tijdens een interglaciaal in Venlo gewoond. Later viel de kies uiteen, eerst in schijfjes, vervolgens verging het tot geelgrauw poeder.

Dat ik als kind niet berekend was op de hele dag stenen sjouwen en s'avonds thuiskwam met pijnlijke, opgezwollen polsen, is tot daaraan toe. Diepere indruk maakte de toenmalige werksfeer, waar ik - telkens als ik de steenfabriek in Losser voor de geest haal -aan moet denken. Ik was een schuchter jochie als kind, bedeesd als een voorman zijn personeel uitfoeterde als er niet genoeg geproduceerd werd, of als er gelanterfant werd. Wat altijd het geval leek te zijn. De snelheid van de lopende band die de stenen aanvoerde van de kleipers naar de droogrekken, bepaalde het werktempo en kon vanuit het kantoor geregeld worden. Soms sloegen de stoppen door bij een arbeider. Dan verdween er een staaf ijzer of een stalen kogel in de berg rivierklei. Daardoor liep de kleimolen vast en moest de machine gedemonteerd worden. De productie werd behoorlijk vertraagd en de bedrijfsleider verschoot wisselend van krijtwit naar donkerrood tot paars. Zoiets zou ik in mijn jeugd nooit gedurfd hebben, maar ik stond er wel achter.

Op een van de pannenfabrieken was ik hulpje van de perser. De perser bediende kleipers met een zeskantige rotor met dakpanmallen, die in zes stappen ronddraaide. Aan de bovenkant werd uit een nooit leegrakende kleisilo een bal klei op de pers gelegd en vervolgens in de vorm van een dakpan geperst. Daarna kantelde de mal met dakpan 60 graden. De perser, een norse, tanige zuurpruim in een versleten, ooit blauwe overall, legde er een houten rek op, een zogeheten hort. De rotor met dakpan kantelde weer 60 graden en de dakpan viel omgekeerd op het hort in de handen van de perser, die ze op een transportrek legde. Mijn taak bestond uit het aangeven van horten en zorgen dat de voorraad horten naast de pers werd aangevuld. Maar omdat ik èn horten moest aangeven - om de 10 seconden - èn horten moest aanvullen die van een grote stapel iets verder moesten komen, kon ik nooit allebei tegelijk goed doen. In de weken dat ik er werkte bestond de conversatie tussen mij en Sjra uit één zin: "Hòrten nondeju!!"  Uitgesproken door Sjra natuurlijk. Ik was een jaar of veertien.

Ik werkte ook op een andere steenoven, ik geloof in Helden-Panningen. Dat was een ringoven, net als in Losser. Vrijwel identiek. In de ringoven waren gaten opzij waardoor je naar binnen kon. Hier moesten de verse stenen, net gedroogd, opgestapeld worden volgens een vast patroon. Dan werd het gat gesloten met chamottestenen. Op de zolder boven de ringoven bevonden zich om de paar meter ronde stookgaten. Daarop werden met antraciet gestookte potkachels gezet die de stenen in de oven eronder verhitten tot ca. 1000 graden. In een rupsachtige, eeuwige beweging werden de bijna afgekoelde, gebakken stenen aan de achterzijde wegehaald, aan de voorzijde nieuwe geplaatst en daartussen de stenen gebakken. Ik leerde het verschil kennen tussen handvormstenen, machinale handvormstenen en machinale stenen. Op zolder werden tegelijkertijd de uitgebluste potkachels geleegd, opnieuw gevuld en ontstoken en vooraan neergezet boven de nieuwe lading stenen. De hitte van de kachels straalde je tegemoet, net als de rode gloed van de ondeliggende oven als de potkachels verwisseld werden. Ik weet niet meer wat de meeste inspanning vergde: "Het wegkruien van de versgebakken stenen, het verplaatsen van de kachels op de soms smoorhete zolder, of je überhaupt als maar rot rennen om de productie te halen. Akkoordwerk, heette dat, ook al was ik het er niet mee eens. Soms was het een verfrissing als het regende en je buiten in de glibberige klei mocht werken bij de handvormstenen. Aan de steenfabrieken heb ik nog veel herinneringen overgehouden. Die kwamen in Losser weer boven. Tijdens ons optreden in steenoven "De Werklust" schoot mijn gemoed, mede hierdoor, herhaaldelijk vol.

"De Werklust" in Losser. In Helden-Panningen stonden geen bloembakken

In Losser werd de Kunst uitgevonden. Wij kwamen daar op uitnodiging van Erik Sok en Ellen van Putten. Zij reizen met een wisselend gezelschap kunstenaars door Nederland onder het motto "Droomreizigers". Ik presenteerde voor de eerste keer mijn droombus "Èhhh....Tussen Haakjes Piet".

Eeeh......tussen haakjes, Piet

De opening van de expositie werd opgeluisterd met de Wodong. Het was een ontroerend gebeuren. Er was vrijwel niemand, behalve de lokale bestuurders die benadrukten hoe belangrijk de ontwikkeling van kunst voor Losser was. We hadden een prominente plaats voor de opvoering van de Wodong. Heerlijke avonden met Ellen van Putten, Erik Sok, Rosa Verloop, Pier van Dijk, Myrian Knol, en vele anderen. Ideeën kwamen op als een expositie: "Verboden voor Publiek", etc. Overnachten in een gammele paardentrailer. En last not least; Een benefiet optreden voor een collectie polyester koeien. Het Koebinet

 

Over belangstelling viel niet te klagen

Naar hoofdmenu